Dissertaties
In mijn onderzoek maak ik – onder andere – gebruik van eerder uitgevoerd promotieonderzoek. Onderstaand een selectie van interessante onderzoeken, waarvan een aantal ook online beschikbaar zijn.
- Bronkhorst (1947) promoveerde op een onderzoek naar de verhouding tussen de Bijbel en de kerkorde. Bronkhorst wil een bijdrage leveren aan het dispuut over de vraag of er en zo ja welke relatie er ligt tussen de Heilige Schrift en de kerkorde. Hij komt tot dit onderzoek omdat hij in de eerste decennia van de twintigste eeuw een stroming waarneemt die stelt dat er op exegetische gronden, met name op grond van nieuwtestamentische bepalingen, geen voorschriften of regels zijn waaruit we de kerkorde kunnen samenstellen. Bronkhorst constateert dat dit in schril contrast staat met vele gereformeerden die al sinds Calvijn menen dat de gereformeerde vorm van kerkorganisatie, het presbyteriaal-synodale stelsel, ‘zich als exegetisch geheel verantwoord beschouwt. Bronkhorst komt tot de conclusie dat we moeten spreken over een Schriftuurlijke organisatie van de kerk. Dit is voor hem de presbyteriaal-synodale organisatie, omdat daarin het beste tot uitdrukking komt dat Christus alleen Zijn Kerk regeert.
- Plomp (1969) onderzocht Calvijns opvatting over de kerkelijke tucht. In zijn proefschrift besteedt hij ook aandacht aan de opvattingen van andere hervormers en gaat hij uitgebreid in op de tuchttoepassing onder ambtsdragers. Lees de dissertatie hier: Plomp – 1969
- Van Ginkel (1975) promoveerde op een onderzoek naar de oorsprong en ontwikkeling van het ambt van ouderling en de functie van de ouderling in de Gereformeerde Kerk in de Nederlanden in de 16e en 17e eeuw. Hij concludeert dat het ouderlingenambt niet rechtstreeks door goddelijke instelling is ingesteld, maar om de door God aan de gemeente opgedragen functie van opzicht en tucht te vervullen. Van Ginkel beschrijft dat de ouderling in de 16e en 17e eeuw van groot nut is voor de kerken, onder andere vanwege de continuïteit en de verbindende functie tussen de predikant en de gemeente. Andere ‘zeer wezenlijke aan hem toegedachte taken heeft hij niet volbracht of, liever gezegd, niet kunnen volbrengen. Hij heeft niet kunnen verhinderen dat de dienaar des Woords in de gemeente, maar vooral in de meerdere vergaderingen een overheersende rol ging spelen.
- Brouwer (1995) onderzocht door middel van interviews de wijze waarop professionalisering vorm en inhoud krijgt bij hervormde predikanten. Hij concludeert dat professionalisering op het individuele niveau steeds meer gaat lijken op andere, met name hulpverlenende beroepen. Verder typeert Brouwer autonomie van de predikant als een kernbegrip binnen de professionaliseringstheorie. Deze autonomie dient enerzijds veiliggesteld te worden, maar ook anderzijds ook gestructureerd te worden omdat predikant een eenzaam beroep is en vrijheid en centraliteit van de predikant risico’s in zich hebben. Standaardisatie van werkzaamheden van predikanten en predikantenopleidingen kunnen hierin een belangrijke rol spelen.
- Paas (1996) onderzocht hoe de invloeden vanuit continentaal Europa in de zestiende eeuw hun invloed hadden op de visie op gezag en de kerkstructuur in de kerk binnen de Engelse context. Opvallend is de grote invloed van het koningshuis op deze ontwikkeling. Paas werkt verschillende stromingen uit en beschrijft de voortdurende onderlinge interactie tussen het episcopale, anglicaanse, presbyteriaanse en separatistische denken in zijn dissertatie met de titel Gemeenschap der heiligen; Kerk en gezag bij Presbyteriaanse en Separatistische Puriteinen 1570-1593. Lees de dissertatie hier: Paas – 1996
- Bae Choi (1996) promoveerde op de verhouding tussen pneumatologie en christologie bij Bucer en Calvijn en concludeert in zijn proefschrift dat we bij beide reformatoren een zogenaamde ‘trinitarische pneumatologie’ aantreffen: een pneumatologie die is verankerd in de leer van de Triniteit.
- Schilderman (1998) deed onderzoek onder rooms-katholieke pastores naar de betekenis van de ambtstheologie voor de professionalisering van pastorale arbeid. Hij legt steeds de verbinding tussen ambtstheologie en professionalisering en zoekt ook naar de legitimatie (moraliteit) ervan.
- Bos deed onderzoek naar de beroepsontwikkeling van hervormde predikanten in de 19e Hij promoveerde in 1999 en de titel van zijn dissertatie luidt: ‘In dienst van het koninkrijk: beroepsontwikkeling van hervormde predikanten in negentiende-eeuws Nederland’. Lees het proefschrift hier: Bos – 1999
- Remmelzwaal (2003) kwam tot een praktijktheorie voor leiderschap in kerkelijke gemeenten. In zijn terreinverkenning beschrijft hij leiderschap vanuit de Bijbel en sociale wetenschappen. Hij verbindt inzichten vanuit de sociale wetenschappen aan de context van de kerkelijke gemeente en komt tot ‘normen voor het succes van leiderschap’.
- Kronenburg (2003) verzamelde bouwstenen voor het bisschopsambt in een verenigde reformatorische kerk, de PKN. Een van zijn drijfveren is dat de ambtstheologie een sta in de weg is voor de oecumene. Hij is van mening dat het presbyteriale systeem de predikanten op kritieke momenten van hun persoonlijk leven alleen laat staan.
- Van de Lagemaat (2003) deed onderzoek binnen de Gereformeerde Bond naar de gevolgen van individualisering en de effecten ervan op onder andere ambt en gezag. Lees het proefschrift hier: Van de Lagemaat – 2003
- Van den Broeke (2005) onderzocht en beschrijft de geschiedenis van de classis in de periode 1571-2004. In dit onderzoek beantwoordt Van den Broeke de vraag welke classicale typen werden ontworpen in kerkorden of meer spontaan ontstonden in de praktijk vanaf de Synode van Emden tot de protestantse kerkorde van 2004. In het kader van dit onderzoek is met name deelvraag 3 interessant, waarin wordt onderzocht welk classicaal type in de Dordtse Kerkorde van 1619 werd ontworpen en wat daarbij de staatkundige, maatschappelijke en kerkelijke context was. Lees het proefschrift hier: Broeke-van-den-2005-Een geschiedenis van de classis Classicale typen tussen idee en werkelijkheid
- Smink (2006) komt tot een nieuw paradigma op het kerkelijk ambt, geïnspireerd door de ambtstheologie van Hans Kung.
- Machal onderzocht in de Duitse Vrije kerken de relatie tussen leiderschapskenmerken en kerkgroei. Zijn proefschrift verscheen in 2006 onder de titel ‘The Relationship Between Leadership Traits and Church GrowthAmong Pastors of Free Churches in GermanyAmong Pastors of Free Churches in German’. Lees het proefschrift hier: Machal – 2006
- Post promoveerde op de kerkelijk werker en het ambt (2006). Een veelbesproken thema binnen de PKN, waarover menig werkgroep zich boog. Met een duidelijke verbinding met de ambtsvisie zoals deze gangbaar is, uitgaande van drie ambten en de vraag hoe statisch of dynamisch deze is. Hij bestudeert zowel de praktijk in allerlei kerken, als het Nieuwe Testament, als ook de organisatiekunde. Lees het proefschrift hier.
- Bruinsma-De Beer promoveerde in 2006 op een onderzoek naar de competenties van de pastor. De titel van haar proefschrift luidt: ‘Pastor in perspectief: een praktisch-theologisch onderzoek naar de competenties van de pastor’. Lees het proefschrift hier: Bruinsma-de Beer – 2006
- Bontekoning (2007) promoveerde op een onderzoek naar generatieverschillen in organisaties. En de effecten daarvan op de organisatie. De titel van zijn proefschrift is ‘Generaties in organisaties; een onderzoek naar generatieverschillen en de effecten daarvan op de ontwikkeling van organisaties’. Lees het proefschrift hier: Bontekoning – 2007
- Van Holten (2009) onderzocht de rolopvatting van predikanten en constateert dat de sterk veranderende maatschappelijke ontwikkelingen onvoldoende in de rolopvatting worden verwerkt. Predikanten hebben, zo stelt Van Holten, geen duidelijk beeld van (de visie op) hun eigen leiderschap, de verwachtingen van de omgeving en de benodigde ontwikkeling.
- Nuijten promoveerde op een proefschrift over dienend leiderschap met de titel ‘Servant-Leadership: Paradox or Diamond in the Rough? (2009). Zij stelt dat dienen een houding/gezindheid is die het onderscheid tussen ‘echte leiders’ en anderen aan het licht brengt. Ze heeft in vervolgpublicaties gedragingen op concept gebracht die voortkomen uit een dienende houding. Lees het proefschrift hier: Nuijten – 2009
- Peters (2011) deed onderzoek naar de effectiviteit van leiderschap in relatie tot de strategische opgave waarvoor organisaties staan. Titel van zijn proefschrift luidt ‘Leiderschap & strategische opgave: Een contextuele benadering van leiderschapseffectiviteit’.
- Barentsen (2011) onderzocht het opkomende leiderschap in de vroegchristelijke gemeenten van Korinthe en Efeze. Hij deed dit met de sociale identiteitsbenadering als onderzoekskader omdat deze theorie leiderschap benadert als een groepsverschijnsel en aspecten als groepsdynamiek en sociale identiteit integreert. Barentsen constateert dat er ondanks verschillen in de context van beide gemeenten en de stadia van gemeenschaps- en leiderschapsvorming er met betrekking tot groepsdynamiek en leiderschap constanten zijn als onderdeel van menselijke gedrag. Tegelijkertijd stelt hij dat Paulus de leiderschapspatronen niet als normatief beschrijft voor alle andere Christus volgende gemeenschappen. De zich ontwikkelende leiderschapspatronen zijn zich blijven ontwikkelen in de geschiedenis.
- Doornenbal (2012) deed onderzoek naar cultuur en leiderschap binnen missionaire gemeenschappen. Hij onderzocht verschillende uitdagingen (kerkstructuur, autoriteit en macht, besluitvorming, leiderschapsrollen en leiderschapstaken) binnen een veranderende context en concludeert onder andere dat leiderschap belangrijk is voor elke organisatie, maar zeker ook voor de kerkelijke context. En meer dan ooit relevant is. Desondanks is het niet altijd onderwerp van diepe reflectie binnen de christelijke gemeente, in kerkenraden en voor de predikant. Lees het proefschrift hier: Doornenbal – 2012 – Crossroads
- Zeze (2012) promoveerde op het thema ‘Christ, the Head of the Church?; Autority, Leadership and Organisational Structure within the Nkhoma Synod of the Church of Central Africa Presbyterian’. Teze stelt concluderend dat de ambtsdragers niet gelijkgesteld mogen worden met Christus als het Hoofd van de kerk en waarschuwt voor klerikalisme en rangorde tussen de ambten onderling. Lees het proefschrift hier: Zeze – 2012
- Boele (2013) promoveerde op ‘Noordmans, de filosofie en christelijk leiderschap’. Hij is uiterst kritisch op het verbinden van (seculiere) leiderschapsinzichten aan de kerkelijke context, aan het spreken over leiderschap en leiders binnen de kerk, over het spreken van macht binnen de kerk.
- Van de Lagemaat (2013) promoveerde op een belangrijk cultureel-maatschappelijk thema in dit onderzoek, namelijk individualisering en de effecten ervan op de kerkelijke context, in het bijzonder de Gereformeerde Bond. Zijn proefschrift heeft de titel De stille evolutie: Individualisering in de Gereformeerde Bond. Het proefschrift is hier te vinden: Lagemaat -2013- De stille revolutie
- Luckel (2013) deed onderzoek naar de leiderschapsstijlen van pastors in het westelijk deel van de Verenigde Staten en het effect van deze stijl op de gemeente(leden) in baptistische kerken. De titel luidt: ‘Pastoral leadership styles: their effect on the growth of Southern Baptist Churches in the Western United States’. Lees het proefschrift hier: Luckel – 2013
- James-Parks deed onderzoek naar de relatie tussen leiderschapsstijl en de organisatiecultuur in lokale protestantse gemeenten in de Verenigde Staten. De titel van haar proefschrift luidt: ‘A quantitative study of leadership style and church organisaztional culture’ (2015). Lees het proefschrift hier: James-Park – 2015
- Grotens promoveerde in 2015 op een onderzoek naar het leiderschap van gemeentesecretaressen in een complexe omgeving, waar veel uiteenlopende belangen spelen. De titel van haar proefschrift is ‘Kwetsbaar in balans; Leiderschap van gemeentesecretarissen in complexe omgevingen’. Lees het proefschrift hier: Grotens – 2015
- Van Harten-Trip promoveerde op de Dordtse Kerkorde (2018) en geeft een overzicht over de aanloop naar de DKO en de kernpunten ervan, ook m.b.t. de ambten, ambtelijke vergaderingen, enz. Lees het proefschrift hier: Van Harten-Tip – 2022
- Bassey (2018) deed onderzoek naar de relatie tussen de emotionele intelligentie van de leidinggevende geestelijkheid en de groei van de kerk in Noord Amerika. Hij beschreef dit in ‘The Relationship between the Leader Behaviors of Pastors and Church’. Lees het proefschrift hier: Bassey – 2018
- Keita (2019) onderzocht leiderschapsstijlen en hun impact op de groei van enkele kerken in Virginia. Zijn proefschrift met de titel ‘Leadership Styles and Their Impact on Church Growth in Alexandria and Springfield, Virginia’. Lees het proefschrift hier: Keita – 2019
- Jordan promoveerde in 2019 op een onderzoek naar leiderschapsfactoren die de kerkgroei in West-Noord Carolina beïnvloeden. De titel luidt: ‘Sustaining Growth for Local Church of God Churches in Western North Carolina: A Grounded Theory’. Lees het proefschrift hier: Jordan – 2019
- Horjus deed onderzoek naar het draagvlak voor tucht in de Unie van Baptistengemeenten in Nederland onder de titel ‘Elkaar aanspreken’ (2020). Als collega-bestuurskundige zoomt hij in op het fenomeen draagvlak vanuit de bestuurskunde. Lees het proefschrift hier: Horjus – 2020
- Ojo promoveerde in 2020 op een onderzoek naar charismatisch leiderschap en organisatiedynamiek binnen de Afrikaanse context. De titel van zijn proefschrift luidt: ‘Charismatic Leadership, Organizational Dynamics and the Growth of Independent Pentecostal Churches in Lagos Metropolis’. Je leest het proefschrift hier: Ojo – 2020 – Charismatic Leadership, Organizational Dynamics and the Growth of Independent Pentecostal Churches in Lagos Metropolis.
- Paul onderzoek de rol van transformationeel leiderschap in het voorbereiden van de jongeren als toekomstige leiders in de kerk. Hij promoveerde in 2020 en zijn proefschrift heeft de titel ‘The Role of Transformational Leadership in Preparing Youth as future church leaders’. Lees het proefschrift hier: Paul – 2020
- De Bruin-Wasskinkmaat (2021) deed onderzoek naar de religieuze identiteitsontwikkeling van reformatorisch opgevoede jongvolwassenen. De titel van haar proefschrift luidt ‘Finding one’s own way; Exploring the religious identity development of emerging adults raised in strictly Reformed contexts in the Netherlands. Lees het proefschrift hier: Bruin-Wassinkmaat – 2021
- Berry (2021) onderzocht de relatie tussen voorkeursstijlen van leiderschap en de religieuze deelname. Een religieuze organisatie streeft, zo stelt hij, naar het vergroten van de participatie. Zijn conclusie is dat er een significante relatie bestaat tussen de voorkeursstijl van de leider en het participatieniveau. Hij typeert leiderschap als een sleutelelement.
- Kooijman (2023) deed onderzoek naar de exegese in de vroegchristelijke kerk van Johannes 10:16 en schreef een dissertatie met de titel ‘Eén kudde, één Herder; een onderzoek naar de uitleg van Johannes 10:16 in de eerste vijf eeuwen na Christus’. Hij reikt een exegetische studie aan van de zogenaamde herdermetafoor, die ook dit onderzoek raakt. Lees het proefschrift hier: Kooijman – 2023
- Thornhill (2023) onderzocht de leiderschapsstijl en leiderschapspraktijk van 12 succesvolle senior leiders in de Kerk van de Nazarener in de Verenigde Staten. De titel van zijn proefschrift luidt: ‘The Best Leadership Practices of Pastors in The Church of the Nazarene’. Lees het proefschrift hier: Thornhill – 2023
- Den Hertog (2023) schreef ‘Sharing the Body of Christ’. Hij onderzocht hoe gereformeerde kerken in Nederland de missionaire en oecumenische uitdagingen aan kunnen gaan. Lees het proefschrift hier: Den Hertog – 2023
- Boele-Noort deed empirisch onderzoek naar de tucht binnen het gereformeerd protestantisme onder de titel ‘Zicht op tucht’ (2024). Lees het proefschrift hier: Boele-Noord, 2024
- Both (2026) deed theoretisch en empirisch onderzoek naar de ambtstheologie en leiderschapstheorie en de onderlinge samenhang ertussen in de reformatorische kerken. De titel van zijn proefschrift luidt: ‘Want Ik heb u een voorbeeld gegeven’.